Vygotsky ball
"De taal is een handschoen die strak om de huid van de inhoud getrokken is "
Godfried Bomans
Inleiding
Hoewel ik van oorsprong meer een bèta-georiënteerde docent ben en op het mbo begon als rekendocent, heb ik altijd veel affiniteit gehad met taal. Naast mijn bevoegdheid als docent economie geef ik inmiddels al jaren Nederlands in het mbo: eerst op niveau 2, met veel aandacht voor NT2-onderwijs, en de afgelopen jaren vooral op niveau 4.
Ook tijdens deze master heb ik opnieuw de kracht van taal ervaren. Bij de opdracht rondom PVPA, waarin ik een vergadering moest voorzitten, hielpen bewuste taalkeuzes mij om de gewenste sfeer neer te zetten. Tijdens mijn persoonlijk manifest gebruikte ik inspirerende quotes uit het straatbeeld van Rotterdam als rode draad door mijn verhaal. Juist de vrijheid in uitwerkingsvorm, en de ruimte om nadruk te leggen op taal, maakte dit voor mij tot een van de meest waardevolle opdrachten van de opleiding. Ik verbeterde tijdens mijn creatieve schrijven en leerde daarnaast om de spreekwoordelijke handschoen uit het citaat van Bomans strakker te trekken, doordat ik doorkreeg dat goed schrijven ook veel schrappen is.
Mijn geloof in de kracht van taal maakt mij tegelijkertijd bezorgd over het almaar dalende taalbeheersingsniveau onder jongeren in Nederland (OESO). Voor mijn Vygotsky Ball leek het mij daarom interessant om te onderzoeken hoe deze ontwikkeling zich verhoudt tot het Vlaamse onderwijs, waar dezelfde taal wordt onderwezen. Daarom interview ik Dries, docent in het Belgische beroepsonderwijs aan de Maritime Academy in Antwerpen.
Theorie
Er is alle reden om ons zorgen te maken om het taalniveau, en specifiek het onderdeel lezen, in Nederland. Van de 26 EU landen zijn er op dit moment slechts vijf (Malta, Slowakije, Griekenland, Bulgarije en Roemenie) waar de leesvaardigheid onder vijftienjarigen lager is dan in Nederland (OESO,2022). De leesvaardigheid daalt daarbij. Hoewel het leesniveau in alle EU-landen daalt, daalt het in Nederland relatief gezien veel sneller. Zie ook grafiek 1. NOG APA NAAR VERWIJZEN.
Wat hierbij, voor mij als docent op het mbo, maar ook voor de kansengelijkheid in Nederland, extra zorgelijk is, is het feit dat de leesvaardigheid van de lager geschoolde studenten in Nederland het hardste daalt.
We onderscheiden in Nederland zes leesniveau's. Wanneer een student onder leesniveau twee scoort dan is zijn of leesniveau ontoereikend om mee te draaien in de maatschappij (Ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap, 2024) . In 2003 gold dit in Nederland voor 11% van de vijftienjarigen. Bij de laatste meting, in 2022, was dit gestegen naar 33% van de jongeren.
Ook in Belgie daalt het leesniveau, maar minder hard in Nederland. Bovendien scoren ze op alle meetmomenten door OESO in de laatste 20 jaar hoger dan Nederland. Ik ben benieuwd wat de belangrijkste verschillen zijn in taalonderwijs tussen beide landen. In Nederland is er inmiddels een breed bewustzijn van het dalende niveau, waardoor er sinds 10 jaar ook een verplicht Nederlands examen is op mbo-opleidingen. Graag wil ik weten of er in Belgie ook dergelijke maatregelen in zijn gezet en zo ja; wat de opbrengsten daarvan zijn. Ook ben ik benieuwd hoe er in Belgie omgegaan wordt met enkele genoemde veroorzakers van het dalende leesniveau, zoals een afname in het lezen voor ons plezier en het lezen van lange teksten enerzijds en de toename van telefoongebruik anderzijds.
Gesprek
Op 20-5-2026 had ik een prettig gesprek met Dries.
Hij herkende de problemen die er in Nederland zijn met het taalniveau ook in België. Ook de oorzaken die hij ziet, zijn vergelijkbaar: studenten hebben een korte aandachtsspanne en zijn vaak telefoonverslaafd. Daarnaast is er thuis niet altijd tijd en ruimte om aandacht te besteden aan leesvaardigheid in de vormende jaren. Dries vertelde dat dit onderwerp ook politiek speelt in België. De huidige minister van Onderwijs, afkomstig uit een conservatief-rechtse partij, legt de nadruk vooral op de invloed van anderstaligen op het dalende taalniveau. Hoewel dit mogelijk een factor is, is het onwaarschijnlijk dat dit de volledige verklaring voor het dalende leesniveau is. Het is ook niet iets wat Dries en ik herkennen bij onze studenten,
Dries en ik hebben het taalonderwijs in Nederland en België naast elkaar gelegd. Ook in Vlaanderen krijgen studenten vanaf de basisschool tot het einde van de middelbare school Nederlands. Wel ligt in België op de basisschool de nadruk nog sterker op spelling en grammatica. Het toepassen van taal, bijvoorbeeld in leesdossiers, spreekbeurten of boekverslagen, komt daar pas meer aan bod in het middelbaar onderwijs. Na de middelbare school krijgen studenten geen vak Nederlands meer, maar blijft taalvaardigheid wel een onderdeel van opdrachten. Dries merkt bijvoorbeeld dat steeds meer studenten moeite hebben met het schrijven van hun afstudeeropdracht, omdat basisgrammaticaregels ontbreken. Ook ziet hij studenten steeds vaker Engelse woorden gebruiken op plekken waar dat niet passend is, mede doordat zij dit via bijvoorbeeld TikTok gewend zijn.
Kijkend naar oplossingen gelooft Dries dat er juist in het primair onderwijs, maar ook thuis, weer meer aandacht voor lezen moet komen. Daar sluit ik mij bij aan. Verder kwamen we samen niet tot eenvoudig toepasbare oplossingen; het is een complex probleem. Wel zijn we het erover eens dat sociale media voor jongeren meer beperkt zouden moeten worden als je het probleem bij de kern wilt aanpakken.
Reflectie
Ik vond het vooraf best spannend om iemand te benaderen en wat van zijn kostbare tijd te vragen voor iets dat vooral voor mij belangrijk was. Tijdens het gesprek viel deze spanning echter snel weg. Zoals ik in mijn persoonlijk manifest al schreef vind ik het lastig om hulp te vragen of van anderen 'afhankelijk' te zijn. Tegelijkertijd heeft deze opleiding, en bijvoorbeeld de kleurentest die we tijdens ID uitvoerden, me ook geleerd dat ik echt een samenwerker ben. Dit gesprek was daar een bevestiging van. Ik vind het heerlijk om met iemand over onderwijs te praten en vind het onderwerp bovendien interessant. Toen het gesprek eenmaal begonnen was viel de spanning dan ook weg en voelde ik me prettig. De voorbereiding was goed genoeg om Dries mee te nemen in het onderwerp en we hadden een fijne dynamiek. Tijdens het gesprek probeerde ik ervoor te waken niet teveel aan het woord te zijn en ik denk dat ik hier goed in ben geslaagd. De mooie feedback van Dries, eerst in het gesprek en later per mail, bevestigt dit. Doorwerking werd bewerkstelligd doordat ik de uitkomsten van het gesprek kort besprak in een vakgroepoverleg voor docenten Nederlands. Daarbij zorgden de opgefriste zorg die ik heb over het leesniveau in Nederland en op het mbo er voor dat mijn vakcollega en ik er als eerste opleiding in de sector voor hebben gekozen om weer Nederlands te gaan geven vanuit een boek in plaats van digitaal.
Bewijsstukken
Fragment uit gesprek: Dries die benoemt dat ook de politieke golf van invloed is op taalbeleid
Feedback
Rechts de feedback die ik van Dries ontving na ons gesprek
MLI-competenties
Onderzoeker
Het vooruitzicht op dit gesprek 'dwong' mij om mij weer eens te verdiepen in de laatste OESO-scores. Ook las ik grijze literatuur over het leesniveau in Belgie en de manier waarop het leesniveau in Ierland weer in een stijgende lijn is gekregen.
Leren
Ik had de leiding in het gesprek, zowel in de voorbereiding als in de uitvoering. Aandachtspunt was hierbij voor mijzelf om vooral Dries aan het woord te laten en zelf zoveel mogelijk te leren over taal in Vlaanderen. Dit is goed gelukt.
Ontwerper
Ik ontwierp een bijeenkomst, waarin ik Dries eerst mee wilde nemen in de huidige staat van het taalniveau in Nederland en Vlaanderen. Het hielp ons gesprek op gang Dries geeft in zijn e-mail ook aan deze intro te waarderen.